Niet hoeveel water er je bodem zit, maar hoeveel de plant erbij kan

Een bodem kan vochtig lijken, terwijl de plant toch moeite heeft om water op te nemen. Andersom kan een bodem tijdelijk wat droger staan, zonder dat dit meteen een probleem is.

Daarom is watermanagement meer dan kijken of er “nog vocht” in de grond zit. De vraag is: hoe hard moet de plant trekken om water op te nemen?

kPa: de moeite die een plant moet doen

Watermark-sensoren meten in kPa. Dit noemen we zuigspanning.

Simpel gezegd: hoe hoger de kPa-waarde, hoe vaster het water in de bodem zit en hoe meer moeite de plant moet doen om erbij te komen.

  • Richting 0 kPa: de bodem is erg nat. Er is weinig lucht in de grond en weinig ruimte om regen op te vangen.

  • 15–30 kPa: voor veel teelten een bruikbare zone.

  • Boven 30 kPa: de plant moet harder trekken. Bij veel gewassen kan dan al groeiverlies ontstaan.

In de WolkyTolky-app is de groene balk standaard ingesteld op 15–30 kPa. Gebruik die als vertrekpunt en pas hem waar nodig aan op perceel, bodem en teelt.

Wat is een pF-curve? Denk aan een spons en een baksteen

Een pF-curve klinkt ingewikkeld, maar het idee is eenvoudig.

Stel: een spons en een baksteen bevatten allebei water. Uit de spons knijp je het water gemakkelijk. Uit de baksteen bijna niet: het water zit veel vaster.

Dat geldt ook voor bodems. Een zandgrond, kleigrond of organische bodem kan hetzelfde vochtpercentage hebben, maar houdt dat water totaal anders vast.

Een pF-curve is daarom de vertaalkaart tussen:

  • hoeveel vocht er in de bodem zit;

  • hoeveel moeite de plant moet doen om dat vocht op te nemen.

Zonder zo’n curve weet je bij een vochtpercentage dus niet direct of de plant voldoende beschikbaar water heeft.

Watermark of Teros: wat meet je precies?

Een Watermark meet direct de zuigspanning in kPa. Je ziet dus hoe makkelijk of moeilijk de plant water uit de bodem kan halen. Dat maakt de waarden goed bruikbaar en relatief vergelijkbaar tussen percelen. Watermarks zijn daarnaast betaalbaar en gaan

 gemiddeld ongeveer vijf jaar mee.

Let op: na een watergift reageert een Watermark niet direct. Het water moet eerst infiltreren en de sensor bereiken. Kijk daarom niet alleen naar een alarmgrens, maar ook naar de trend in de grafiek.

Een Teros-sensor van METER Group meet het vochtpercentage in de bodem: VWC%. Daarmee zie je goed wat een watergift doet en hoe snel een laag uitdroogt. Maar zonder pF-curve kun je die percentages niet zomaar tussen percelen vergelijken.

Kort gezegd:

  • Watermark: hoe moeilijk is water beschikbaar voor de plant?

  • Teros: hoeveel water zit er in deze bodemlaag?

Beide zijn waardevol, zolang je weet wat je meet.

Plaatsing bepaalt de kwaliteit van je data

Een sensor op de verkeerde plek geeft geen inzicht, maar ruis.

In de fruitteelt plaatsen we sensoren vaak op –30, –45 en –60 cm onder maaiveld. Vooral bij oudere fruitaanplanten zien we regelmatig dat veel water wordt opgenomen uit de laag op –45 cm. Is die laag eenmaal droog, dan duurt het lang voordat deze na een watergift weer op een goed niveau komt.

Kijk dus niet alleen naar de bovenste sensor. Die kan snel reageren, terwijl de diepere wortelzone nog steeds droog staat.

Zie je droogtescheuren in het perceel? Controleer dan ook de sensoren. Door een scheur kan een sensor los van de grond komen te staan. De meting is dan niet meer betrouwbaar. Plaats de sensor opnieuw als het bodemcontact niet goed is.

Beter nog: voorkom dat het profiel zo ver uitdroogt dat scheuren ontstaan. Stuur op tijd bij, voordat de grafiek langdurig boven de gewenste zone uitkomt.

Stuur vóórdat groei verloren gaat

Bodemvochtdata is geen eindpunt. Het is een signaal om op tijd te handelen.

Stel daarom ook je bodemvochtalarmen in. Ga naar Sensorinstellingen > Pushmeldingen en zet bij een Watermark bijvoorbeeld het hoge alarm op 30 kPa. Zo krijg je een melding wanneer de ingestelde drempel wordt overschreden — en kun je handelen voordat droogtestress zichtbaar wordt in de teelt.