De peren groeien deze week in alle gemeten gebieden gestaag door. Tussen 17 en 24 juli nam de gemiddelde vruchtmaat met 3,1 tot 3,3 mm toe. Dat komt neer op ongeveer 0,44 tot 0,47 mm groei per dag.

De cijfers op een rij:

  • Noord-Nederland: +3,3 mm → 58,0 mm

  • Betuwe: +3,2 mm → 55,8 mm

  • België: +3,1 mm → 55,8 mm

  • Zeeland: +3,3 mm → 61,1 mm

Zeeland blijft daarmee koploper in absolute vruchtmaat. Opvallend is wel dat de weekgroei nu veel meer naar elkaar toe trekt: Noord-Nederland groeide deze week gemiddeld net zo hard als Zeeland.

De beste regionale groeidagen kwamen uit op +0,6 mm op één dag. De minst sterke groeidagen lagen rond +0,3 mm. Er was in de regionale gemiddelden geen sprake van krimp: de peren groeiden in alle gebieden dagelijks door.

Kijken we naar de afzonderlijke meetpunten, dan zien we veel grotere verschillen. De sterkste individuele groeier stond deze week in Zeeland: +4,9 mm in zeven dagen, oftewel gemiddeld 0,70 mm per dag. Het best groeiende individuele meetpunt in België kwam uit op +4,5 mm. In Noord-Nederland was dat +3,6 mm en in de Betuwe +3,2 mm.

Juist die verschillen maken individuele metingen interessant. Een regionaal gemiddelde vertelt hoe de groei zich grofweg ontwikkelt, maar op perceelniveau kunnen groeicurves behoorlijk uiteenlopen.

Inzoomen op Zeeland: groei én bodemvocht

Op een Zeeuws perceel met druppelirrigatie volgen we niet alleen de vruchtdikte, maar ook het bodemvocht op twee diepten.

De gemeten peer groeide van 17 tot en met 23 juli 1,7 mm: gemiddeld 0,28 mm per dag. Dat is lager dan de regionale Zeeuwse groei in diezelfde periode: 2,8 mm, oftewel 0,47 mm per dag.

De vochtmetingen laten zien dat er beweging en aanvulling in het bodemprofiel is. Maar de vruchtdiktecurve laat tegelijk zien dat voldoende vocht in de bodem niet automatisch betekent dat de vruchtgroei direct versnelt.

Daar zit precies de kracht van de combinatie:

Bodemvocht laat zien wat er beschikbaar is voor de boom.
De dendrometer laat zien wat de vrucht daadwerkelijk doet.

Zonder vruchtdiktemeting zouden we alleen zien dat er vocht in het profiel aanwezig is. Zonder bodemvochtmeting zouden we zien dat de groei afvlakt, maar niet kunnen beoordelen of waterbeschikbaarheid daarbij mogelijk een rol speelt.

Zelfde Zeeuwse station, zelfde periode, vorig jaar

Een vergelijking met vorig jaar maakt het extra interessant. We vergelijken hetzelfde station over dezelfde kalenderperiode: 1 tot en met 23 juli.

Zelfde station, 1–23 juli 2025 2026
Startmaat 42,8 mm 44,0 mm
Eindmaat 56,4 mm 56,1 mm
Totale groei +13,6 mm +12,1 mm
Gemiddelde groei per dag 0,62 mm/dag 0,55 mm/dag

De peer startte dit jaar dus 1,2 mm groter dan vorig jaar. Toch lag de gemeten maat op 23 juli uiteindelijk 0,3 mm lager.

De verklaring zit in het groeitempo: over dezelfde kalenderperiode groeide de peer dit jaar gemiddeld 11% minder hard per dag dan vorig jaar.

Dat verschil ontstond vooral vanaf half juli. Tot en met 13 juli lag de cumulatieve groei dit jaar zelfs vóór op vorig jaar. Daarna vlakte de groeicurve in 2026 af, terwijl die vorig jaar juist nog extra versnelde.

We kennen voor 2025 het aantal groeidagen na volle bloei niet, dus het is geen volledig zuivere seizoensvergelijking. Maar relatief gezien laat dezelfde kalenderperiode wel iets belangrijks zien:

Een goede start geeft geen garantie voor een blijvend hoog groeitempo. Juist door groei, bodemvocht en weersomstandigheden samen te volgen, wordt zichtbaar wanneer een perceel van koers verandert.

#perenteelt #fruitteelt #precisielandbouw #metenisweten #pratenmetdeplanten